|
De jongen in de gestreepte pyama van John Boyne
Wat is dit een boeiend mooi verhaal, wat je nog wel even bijblijft als je het gelezen hebt.
Het verhaal wordt eigenlijk vertelt en gezien door de hoofdpersoon Bruno, een naïef negenjarig jongentje.
Het boek begint in Berlijn tijdens de tweede wereldoorlog. Bruno heeft het ondanks de oorlog nog best naar zijn zin, met z’n vriendjes en het grote mooie huis waar hij woont (met al die goede verstopplekjes). Totdat zijn vader een andere baan krijgt en Bruno met z’n familie moet verhuizen. Éénmaal in het nieuwe huis heeft hij geen vriendjes meer en verveelt hij zich behoorlijk, er valt niets meer te beleven. Hij tuurt vaak uit zijn slaapkamerraam en het enige wat hij dan in de verte ziet is een “dorp” achter een hek, waar de mensen altijd en allemaal in dezelfde kleding lopen.
Bruno is erg nieuwsgierig maar mag daar absoluut niet naar toe van zijn vader. Op een dag gaat hij zonder dat iemand het weet heel stiekem op ondekkingsreis. Kijken wat ze daar allemaal doen, maar bovenal om een vriendje te vinden. Die vindt hij. Shmuels en Bruno praten over van alles, hoe verschillend ze allebei leven, hoe ze denken over later. Ze spreken elkaar elke dag op dezelfde tijd en plek. Tot op een zekere dag Shmuel erg verdrietig is, want hij is zijn vader kwijt. Samen bedenken ze een plan om zijn vader weer te vinden.
Het boek leest erg gemakkelijk en eigenlijk zou ik zeggen: “Lezen dat boek”.
|